{title: Johanna}
{artist: Rijk de Gooyer}
{time: 6/8}
{tempo: 68}
{key: C}
{meta: author Frans-Willem Post, 2026-05-06}
{start_of_verse: Verse 1}
Jo[C]hanna een meisje van zeventien jaren dat [G]was er zo'n aardig [C]ding
maar [C]zij had op het gebied van de liefde to[G]taal geen erva[C]ring
zij [C]was een [F]aardig [C]meisje, be[C]drijvig [F]als een [G]hen
zij [C]diende bij een gegoede familie als [G]meisje voor halve da[C]gen
{end_of_verse}
{start_of_chorus: Chorus 1}
Jo[F]hanna, Jo[C]hanna, als [G]meisje voor halve da[C]gen
Jo[F]hanna, Jo[C]hanna, als [G]meisje voor halve da[C]gen
{end_of_chorus}
{start_of_verse: Verse 2}
toen is in haar leven de liefde gekomen van heinde en van ver
het was een arreme schoenlappersjongen die stonk naar jenever
hij had zijn laatste centen aan borrels neergeteld
en eiste om de rest te betalen van 't meisje al haar spaargeld
{end_of_verse}
{start_of_chorus: Chorus 2}
Johanna, Johanna, van 't meisje al haar spaargeld
Johanna, Johanna, van 't meisje al haar spaargeld
{end_of_chorus}
{start_of_verse: Verse 3}
toen zij hem dat niet wilde geven bedreigd' hij haar met z'n els
en stal uit de kast der gegoede familie zes zilveren eetlepels
maar toen de misdaad uitkwam verdacht men 't arme wicht
met schande beladen werd zij toen ontslagen, toch was zij onschuldig
{end_of_verse}
{start_of_chorus: Chorus 3}
Johanna, Johanna, toch was zij onschuldig
Johanna, Johanna, toch was zij onschuldig
{end_of_chorus}
{start_of_verse: Verse 4}
zij kon de schande niet langer verdragen en zette een mes in haar vel
en sneed zich compleet in twee halve delen, het bloed spoot ten hemel
daar lagen nu twee delen, te zamen slechts één lijk
de vrijer die naar het lichaam kwam kijken die bibberde vreselijk
{end_of_verse}
{start_of_chorus: Chorus 4}
Johanna, Johanna, die bibberde vreselijk
Johanna, Johanna, die bibberde vreselijk
{end_of_chorus}
{start_of_verse: Verse 5}
hij kon z'n misdaad niet langer verhelen, men sloot hem in één hok
en daar de galleg toevallig bezet was stierf hij op het hakblok
weet u wat de moraal is van dit zo schone vers?
ga braaf en deugdzaam steeds door het leven, maar hoedt u voor schoenlappers!
{end_of_verse}
{start_of_chorus: Chorus 5}
Johanna, Johanna, maar hoedt u voor schoenlappers
Johanna, Johanna, maar hoedt u voor schoenlappers
{end_of_chorus}