Jump to main content
{title: Johanna} {artist: Rijk de Gooyer} {time: 6/8} {tempo: 68} {key: C} {meta: author FWieP, 2026-05-21} {meta: url https://www.youtube.com/watch?v=1ksNrSF5c-Y} {start_of_part: Intro} [F#] [D#7/G] [C#/G#] [C#] [G#7] [C#] {end_of_part} {start_of_verse: Verse 1} Jo[C#]hanna, een meisje van zeventien jaren dat [G#]was er zo'n aardig [C#]ding. Maar [C#]zij had op het gebied van de liefde to[G#]taal geen erva[C#]ring. Zij [C#]was een [F#]aardig [C#]meisje, be[C#]drijvig [F#]als een [G#]hen. Zij [C#]diende bij een gegoede familie als [G#]meisje voor halve da[C#]gen. {end_of_verse} {start_of_chorus: Chorus 1} Jo[F#]han[D#7/G]na, Jo[C#/G#]han[C#]na, als [G#]meisje voor halve da[C#]gen. Jo[F#]han[D#7/G]na, Jo[C#/G#]han[C#]na, als [G#]meisje voor halve da[C#]gen. [A7] [D] (Roept u maar!) {end_of_chorus} {start_of_verse: Verse 2} Toen [D]is in haar leven de liefde gekomen van [A]heinde en van [D]ver. Het [D]was een arreme schoenlappersjongen die [A]stonk naar jene[D]ver. Hij [D]had zijn [G]laatste [D]centen aan [D]borrels [G]neerge[A]teld. En [D]eiste toen om de rest te betalen van 't [A]meisje al haar spaar[D]geld. {end_of_verse} {start_of_chorus: Chorus 2} Jo[G]han[E7/G#]na, Jo[D/A]han[D]na, van 't [A]meisje al haar spaar[D]geld Jo[G]han[E7/G#]na, Jo[D/A]han[D]na, van 't [A]meisje al haar spaar[D]geld [A#7] [D#] (Roept u maar!) {end_of_chorus} {start_of_verse: Verse 3} Toen [D#]zij hem dat niet wilde geven [A#]dreigd' hij haar met zijn [D#]els. En [D#]stal uit de kast der gegoede familie zes [A#]zilveren eetle[D#]pels. Maar [D#]toen de [G#]misdaad [D#]uitkwam ver[D#]dacht men 't [G#]arme [A#]wicht. Met [D#]schande beladen werd zij toen ontslagen, toch [A#]was zij onschul[D#]dig. {end_of_verse} {start_of_chorus: Chorus 3} Jo[G#]han[F7/A]na, Jo[D#/A#]han[D#]na, toch [A#]was zij onschul[D#]dig. Jo[G#]han[F7/A]na, Jo[D#/A#]han[D#]na, toch [A#]was zij onschul[D#]dig. [B7] [E] (Roept u maar!) {end_of_chorus} {start_of_verse: Verse 4} Zij [E]kon de schande niet langer verdragen en [B]zette een mes in haar [E]vel. Zij [E]sneed zich compleet in twee halve delen, het [B]bloed spoot ten he[E]mel. Daar [E]lagen [A]nu twee [E]delen, te [E]zamen [A]slechts één [B]lijk. De [E]vrijer die naar het lichaam kwam kijken die [B]bibberde vrese[E]lijk. {end_of_verse} {start_of_chorus: Chorus 4} Jo[A]han[F#7/A#]na, Jo[E/B]han[E]na, die [B]bibberde vrese[E]lijk. Jo[A]han[F#7/A#]na, Jo[E/B]han[E]na, die [B]bibberde vrese[E]lijk. [C7] [F] (Roept u maar!) {end_of_chorus} {start_of_verse: Verse 5} Hij [F]kon z'n misdaad niet langer verhelen, men [C]sloot hem in één [F]hok. En [F]daar de galleg toevallig bezet was stierf [C]hij op het hak[F]blok. Weet [F]u wat [Bb]de mo[F]raal is van [F]dit zo [Bb]schone [C]vers? Ga [F]altijd heel braaf en deugdzaam door't leven, maar [C]hoedt u voor schoenlap[F]pers! {end_of_verse} {start_of_chorus: Chorus 5} Jo[Bb]han[G7/B]na, Jo[F/C]han[F]na, maar [C]hoedt u voor schoenlap[F]pers Jo[Bb]han[G7/B]na, Jo[F/C]han[F]na, maar [C]hoedt u voor schoenlap[F]pers [C][-][F] {end_of_chorus}