{title: Jimmy}
{artist: Boudewijn De Groot}
{time: 4/4}
{tempo: ?}
{key: B}
{meta: author Frans-Willem Post, 2026-05-06}
{start_of_part: Intro}
[B] [A/B]
[B] [A/B]
[B] [A/B]
[B] [A/B]
{end_of_part}
{start_of_verse: Verse 1}
Hoe [B]sterk is de eenzame fietser, die krom gebogen over
zijn stuur, tegen de [G#m]wind, zich [E]zelf een [B]weg baant.
{end_of_verse}
{start_of_verse: Verse 2}
[B]Hoe zelf bewust, de voetbalspeler, die voor de ogen
van het publiek, de wedstrijd [G#m]wint, zich [E]kampi[B]oen waant.
{end_of_verse}
{start_of_verse: Verse 3}
Hoe [B]lacht vergenoegd, de zakenman, zonder mededogen die'n
concurrent verslagen [G#m]vindt, zelf [E]haast fail[B]liet gaand
{end_of_verse}
{start_of_part: Bridge 1}
En ik [F#7]zit hier tevreden met die kleine op m'n schoot de
[E]zon schijnt, er is geen [B]reden
Met [F#7]rotweer en met harde wind,
te gaan [E]fietsen met dat kind. [B]
{end_of_part}
{start_of_part: Solo}
[F#] [B7]
{end_of_part}
{start_of_part: Bridge 2}
[E] Als ie maar geen voetballer wordt, ze schoppen 'm misschien half [F#]dood.
[E] [B]
{end_of_part}
{start_of_part: Solo}
[B] [A/B] [B] [A/B]
[B] [A/B] [B] [A/B]
[B] [A/B] [B] [A/B]
[B] [A/B] [B] [A/B]
{end_of_part}
{start_of_part: Bridge 3}
[E] Als ie maar geen voetballer wordt, ze schoppen 'm misschien half [F#]dood.
[E] [B]
{end_of_part]
{start_of_part: Outtro, repeat}
Maar liever [F#]dat nog dan het bord voor z'n kop van de
[B]zakenman want daar wordt ie alleen maar [F#]slechter van[E] [B]
{end_of_part]