{title: De Aarde}
{artist: Urbanus}
{time: 4/4}
{tempo: 108}
{key: D}
{meta: author Frans-Willem Post, 2026-05-06}
{start_of_verse: Verse 1}
De [D]aarde is een grote bol met [A]planten en met beestjes vol
[G]En ze draait al [A]heel lang in het [D]rond
En [D]wat ik haast niet kan geloven, [A]soms hangen we ondersteboven
En [G]toch blijven onze [A]voeten op de [D]grond
En [G]al de wolkjes boven ons die [A]lijken wel één grote spons
Ze [G]brengen ons het [A]water van de [D]zee
En [D]als de aarde drinken wil dan [A]houdt de wind de wolkjes stil
En [G]dan valt al dat [A]water naar be[D]nee
{end_of_verse}
{start_of_chorus: Chorus 1}
[D]Oh grote wereldbol, ik snap er niet veel [A]van
Het [A7]is gewoon een wonder wat je allemaal [D]kan
Je [D]vliegt maar en je vliegt maar zonder te ver[A]dwalen
Je [A7]draait maar en je draait maar zonder motor of pe[D]dalen
{end_of_chorus}
{start_of_verse: Verse 2}
Als de [D]zandman weer verdwijnt en de [A]zon haar zonnestraaltjes schijnt
[G]Lekker op de [A]rug van onze [D]poes
Dan [D]valt aan de andere kant de nacht, daar [A]is 't Janneke Maan die lacht
[G]Naar de inge[A]slapen kangoe[D]roe's
En als [G]Jezeke z'n bedje maakt en [A]al z'n pluimpjes kwijtgeraakt
[G]Dan begint het [A]hier bij ons te [D]sneeuwen
Toch [D]bruint de zon in Afrika de [A]negertjes tot chocola
Maar [G]bijt ze niet want [A]anders gaan ze [D]schreeuwen
{end_of_verse}
{chorus: Chorus 2}
{start_of_verse: Verse 3}
En van[D]waar dit allemaal komt, de [A]lucht, het water en de grond
[G]Dat kan tot nu [A]toe niemand ver[D]tellen
De [D]aarde draait hier niet alleen, er zijn [A]nog meer bollen om haar heen
[G]Veel meer dan de [A]mensen kunnen [D]tellen
Want [G]als je straks een lichtje ziet dat [A]plotseling door de hemel schiet
[G]Dan kan dat een [A]marsmannetje [D]zijn
Dat [D]heel gewoon aan jou komt vragen [A]of je één van deze dagen
[G]Met hem meevliegt [A]in z'n marsko[D]nijn
{end_of_verse}
{chorus: Chorus 3}