{title: Avond}
{artist: Boudewijn de Groot}
{time: 4/4}
{tempo: 96}
{key: C}
{meta: author Frans-Willem Post, 2026-05-06}
{start_of_part: Intro}
[C]
{end_of_part}
{start_of_verse: Verse 1}
Nu [Am]hoef je nooit je jas meer aan te trekken en te hopen dat je [C]licht het doet.
laat [Am]buiten de stormwind nu maar razen in het donker
want [F]binnen is het warm en licht en [G]goed
[CM7]hand in hand naar buiten kijkend waar de regen valt
ik zie het [F]vuur van hoop en twijfel in je [G]ogen en ik ken je [E]diepste angst [Esus4] [E]
{end_of_verse}
{start_of_chorus: Chorus 1}
Want je [Am]kunt niets zeker weten en [F]alles gaat voorbij
Maar ik ge[C]loof, ik geloof, ik ge[G]loof, ik geloof, ik ge[F]loof in jou en [C]mij
{end_of_chorus}
{start_of_verse: Verse 2}
En [Am]als je 's morgens opstaat ben ik bij je en misschien heb ik al [C]thee gezet
En [Am]als de zon schijnt buiten gaan we lopen door de duinen
en als het [F]regent gaan we t'rug in [G]bed
[CM7]Uren langzaam wakker worden, zwevend door de tijd
Ik zie het [F]licht door de gordijnen en ik [G]weet, 't verleden geeft geen [E]zekerheid [Esus4] [E]
{end_of_verse}
{start_of_chorus: Chorus 2}
Want je [Am]kunt niets zeker weten en [F]alles gaat voorbij
Maar ik ge[C]loof, ik geloof, ik ge[G]loof, ik geloof, ik ge[F]loof in jou en [C]mij
ik ge[C]loof, ik geloof, ik ge[G]loof, ik geloof, ik ge[F]loof in jou en [C]mij
{end_of_chorus}
{start_of_part: Solo}
[FM7] [Em7] [Dm7] [C]
[FM7] [Em7] [Dm7] [C]
[Bdim] [Amaug] [E7]
[Bdim] [Amaug] [E7]
[Bdim] [Amaug] [E7]
[Bdim] [Amaug] [E7]
[Am]
{end_of_part}
{start_of_part: Bridge}
Ik [Am]doe de lichten uit en de kamer wordt nu donker,
een straatlantaarn buiten geeft wat [G]licht,
En de [Am]dingen in de kamer worden vrienden die gaan slapen,
de stoelen staan te wachten op 't ont[G]bijt
En [Am]morgen word ik wakker met de geur van brood en honing.
De [G]glans van gouden zonlicht in je [E]haar [Esus4] [E]
En de [Am]dingen in de [C/G]kamer, ik [F#dim7]zeg ze welte[FM7]rusten
van[C]avond gaan we slapen en [G]morgen zien we [E]wel
Maar de [A]dingen in de kamer zouden [E]levenloze dingen zijn, [D] zonder [A]jou
{end_of_part}
{chorus: Chorus, x2}