{title: Atlantis}
{artist: Kommil Foo}
{time: 4/4}
{tempo: 105}
{key: F#m}
{meta: author Frans-Willem Post, 2026-05-06}
{start_of_part: Intro}
[F#m7] [Dadd9] [F#m7] [Dadd9]
[F#m7] [Dadd9] [F#m7] [Dadd9]
{end_of_part}
{start_of_verse: Verse 1}
in een [F#m7]strandstoel zit ze daar, [Dadd9] de weduwe Van [F#m7]Dam [Dadd9]
de [F#m7]handen stil, dun en grijzend [Dadd9]haar, de weduwe Van [F#m7]Dam [Dadd9]
het is [F#m7]20 juni half vier, de [DM7]waterlijn schuift op
[F#m7]50 jaar van eb en vloed ver[DM7]gleden zonder stop
ze zat hier [F#m7]50 jaar geleden ook, [DM7]in dezelfde stoel
en in de [F#m7]branding en het meeuwgekrijs [DM7]hoort ze net als [E]toen
{end_of_part}
{start_of_chorus: Chorus 1}
[F#m7]ooh, [C#m7] [Bm7] [E]Rita kom in [F#m7]zee [C#m7] [Bm7] [E]
[F#m7]ooh, [C#m7] [Bm7] [E]Rita kom in [F#m7]zee [C#m7] [Bm7] [E]
{end_of_chorus}
{start_of_part: Link}
[F#m7] [Dadd9] [F#m7] [Dadd9]
{end_of_part}
{start_of_verse: Verse 2}
in een [F#m7]stranddstoel bij elkaar, [Dadd9] Rita en haar [F#m7]man [Dadd9]
[F#m7]pas getrouwd, liefje noemt hij haar, [Dadd9] de jonge George van [F#m7]Dam [Dadd9]
het is [F#m7]20 juni half vier, en [DM7]George die praat en praat
hij ver[F#m7]telt haar van een oude stad [DM7]die nog steeds bestaat
want dat At[F#m7]lantis ooit gezonken is, [DM7]hier vlak voor de kust
en [F#m7]in een grote luchtbel nu [DM7]op de bodem [E]rust
{end_of_verse}
{chorus: Chorus 2}
{start_of_part: Solo}
[F#m7] [Dadd9] [F#m7] [Dadd9]
[F#m7] [Dadd9] [F#m7] [Dadd9]
[F#m7] [DM7] [F#m7] [DM7]
[F#m7] [DM7] [E]
{end_of_part}
{start_of_verse: Verse 3}
al [F#m7]pratend staat hij op, [Dadd9] de jonge George van [F#m7]Dam [Dadd9]
loopt [F#m7]naar de zee, hij windt zich lichtjes op, [Dadd9] de jonge George van [F#m7]Dam [Dadd9]
vertelt dat daar be[F#m7]neden een complex verrijst een [DM7]soort van watermuur
die cohe[F#m7]rent blijkt qua substantiegraad in [DM7]z'n atoomstructuur
en dat de [F#m7]neerwaartse expansiedruk de [DM7]lucht fosfatiseert
zodat de [F#m7]zuurstof in Atlantis dus het [DM7]zout neutrali[E]seert
{end_of_verse}
{chorus: Chorus 3}
{start_of_part: Solo}
[F#m7] [Dadd9] [F#m7] [Dadd9]
[F#m7] [Dadd9] [F#m7] [Dadd9]
[F#m7] [DM7] [F#m7] [DM7]
[F#m7] [DM7] [E]
{end_of_part}
{start_of_verse: Verse 4}
tot z'n [F#m7]navel in het nat, [Dadd9] roept jonge George van [F#m7]Dam [Dadd9]
dat ze [F#m7]goed moet weten dat [Dadd9] de taalconstructie [F#m7]van [Dadd9]
At[F#m7]lantis van de Grieken stamt, en [DM7]zo dus in één klap
aan de [F#m7]basis van Europa ligt, en [DM7]George doet nog een stap
o[F#m7]rerend over politiek, en [DM7]de morele zin
van de [F#m7]ethica, het waterpeil [DM7]reikt tot aan z'n [E]kin
{end_of_verse}
{chorus: Chorus 4 (x2)}
{start_of_verse: Verse 5}
tot z'n [F#m7]lippen in het zout, [Dadd9] de natte George van [F#m7]Dam [Dadd9]
expli[F#m7]ceert hij zonder fout [Dadd9] het zeeorgani[F#m7]gram [Dadd9]
Rita [F#m7]kijkt toe hoe de golfslag z'n [DM7]lieve kruin verteert
alleen z'n [F#m7]vinger is nog zichtbaar nu die [DM7]druk gesticuleert
ze ziet de [F#m7]oceaan zich sluiten om die [DM7]trouwringvinger heen
het is [F#m7]20 juni, half vier en [DM7]Rita is al[E]leen
{end_of_verse}
{chorus: Chorus 5}
{start_of_part: Link}
[F#m7] [Dadd9] [F#m7] [Dadd9]
{end_of_part}
{start_of_verse: Verse 6}
in een [F#m7]strandstoel zit ze daar, [Dadd9] de weduwe Van [F#m7]Dam [Dadd9]
de [F#m7]handen stil, dun en grijzend [Dadd9]haar, de weduwe Van [F#m7]Dam [Dadd9]
het is [F#m7]20 juni, half vier en [DM7]Rita richt zich op
ze trekt de [F#m7]veters van haar schoenen los, ont[DM7]doet zich van een sok
[F#m7]rokken uit, knopen los, ze [DM7]voelt zich niet eens moe
er duikt een [F#m7]oude vrouw in rimpelvel [DM7]naar Atlantis [E]toe
{end_of_verse}
{start_of_part: End}
[F#m7] [C#m7] [E] [F#m7]
{end_of_part}